We vierden de 50ste verjaardag van het ensemble met een concert in Bozar (Brussel) op 16 oktober. U kunt het volledige concert bekijken in de rubriek 'Films' van onze website.

Klara (Vlaamse radio) vierde het 50-jarig bestaan van het Huelgas Ensemble met verschillende interviews met Paul Van Nevel. Klik op de volgende links om de interviews:

Algemeen/programmaoverzicht Klara rond 50 jaar Huelgas Ensemble:

https://klara.be/zolang-het-niet-klinkt-het-geen-muziek

 

Maestro (vrijdag 15 oktober 2021):

https://klara.be/wil-jij-mee-de-50ste-verjaardag-van-het-huelgas-ensemble-vieren

 

Klara Live (zaterdag 16 oktober 2021):

https://klara.be/herbeluister-klara-live-huelgas-viert-50-jaar

 

Music Matters (11 tot en met 14 oktober 2021):

https://klara.be/de-sleutelplaten-van-paul-van-nevel

De Standaard

16 oktober 2021

Sofie Taes

 

‘Neem eens een risico en onderschat het publiek niet’

Hij ontketende een revolutie in de oude muziek. Eerst voor anderhalve man en een paardenkop, nu voor volle zalen. Paul Van Nevel blikt terug op 50 jaar Huelgas Ensemble en frisse weerbarstigheid. ‘We hebben concerten geweigerd omdat we geen pitteleer wilden dragen.’

‘De vinger waarmee we in de pap van de muziekindustrie brokkelen, is maar een kootje lang.’

Twee telefoonsessies hebben we nodig, Paul Van Nevel en ik. Daartussen: een nacht prakkiseren voor mij, studeren in het donker en slapen in het licht voor hem. ‘Ik kon als kind al niet zonder nachtlampje’, bekent hij. En dus bleven de gordijnen open voor enkele uren zoete rust. Want zaterdag moet het knallen. Dan wordt in Bozar de champagne gesabreerd voor de vijftigste verjaardag van Huelgas Ensemble.

‘Ik ben indertijd met een paar studiegenoten een groep begonnen,’ vertelt Van Nevel, ‘omdat ik wilde uitvissen wat er gebeurt als je speelt vanuit originele bronnen. We vertrouwden moderne uitgaven niet. Ook vermoedden we dat er een immens repertoire aan onbekende, vocale muziek lag te sluimeren. Dat zou ons werkterrein worden.’

We schrijven 1971, tijd van provo’s en langharig werkschuw tuig. Was jullie zoektocht naar waarheid en authenticiteit ook sociaal bewogen?

‘Niet bewust, nee. Zó sociaal was ik om te beginnen niet (lacht). Als jongste van zes kinderen ben ik altijd een eenzaat geweest. Voorts zijn de hippies, Bob Dylan en protestbewegingen een beetje aan me voorbijgegaan. Wij hadden ook niet die noodzaak om te clashen met het establishment, die er voor onze collega-barokspecialisten wél was. Zij concurreerden rechtstreeks met de grote orkesten, die de historische benadering van Bach, Händel en co. als een ernstige bedreiging zagen. Dat gevoel neus tegen neus te staan hadden wij niet, wij betraden onbegane paden.’

Vijftig jaar later is Huelgas Ensemble een instituut. In artistiek opzicht, welteverstaan. Als kunstenbedrijf zijn jullie altijd een beetje een familiezaak gebleven. Bewust?

‘We hadden nooit de bedoeling om een muziekimperium te worden, dat klopt. Dat kón onze bedoeling niet zijn – vergeet niet dat we het de eerste 20 jaar zonder subsidies moesten doen. Roeien met de riemen die we hadden, of beter: peddelen. In het begin gaven we niet meer dan vier à vijf concerten per jaar, met twaalf man in de zaal, van wie zes vrijkaarten en zes tantes en nonkels. (lacht)’

 

Toch stootte Huelgas door tot de wereldtop. Op merites of dankzij gelukjes?

‘Het eerste mag ik hopen, het tweede, dat zijn vooral de mensen die op onze weg zijn gekomen. Joannes Collette, mijn leraar aan het conservatorium van Maastricht, staat met stip bovenaan. Hij heeft me uit de hobbyhoek gehaald en de weg gewezen naar een professionele aanpak. En dan is er Wolf Erichson, de legendarische producer van het platenlabel Das Alte Werk en Sony’s oudemuzieklabel Vivarte. Onze ontmoeting was een toevalstreffer: Kredietbank organiseerde in 1976 een expo over de polyfonist Philippus de Monte en wilde een lp opnemen. In België was maar één ensemble met dat soort muziek bezig, Huelgas. Erichson werd als expert aan boord gehaald en zo werkten we voor het eerst samen. Tien jaar later belde hij me op met het voorstel om voor Vivarte een reeks polyfonieplaten te maken. Ik greep die kans met beide handen en voilà, die opnamen hebben ons definitief uit de schaduw gehaald.’

 

‘Op audities vraag ik kandidaten om na 1 minuut de vinger op te steken. De snellen zijn de ergsten: haastige zangers kun je niet het gevoel voor rust meegeven waar polyfonie om vraagt’

 

De muziek van de middeleeuwen en de renaissance waarmee Huelgas groot is geworden, blijft een nicheproduct. Is polyfonie een elitekunst?

‘Het is zo dat polyfonie een gelaagde en complexe kunstvorm is. Vijf, zes eeuwen geleden waren het vooral intelligentsia, clerici en hovelingen die de literaire, historische en muzikale bagage hadden om die muziek te begrijpen en te waarderen. In dat opzicht zou je kunnen zeggen dat polyfonie nu minder democratisch is: wie kent nog de sonnetten van Petrarca, de uithoeken van de Bijbel of de grote antieke dichters? Anderzijds hebben vandaag veel meer mensen toegang tot concerten. En gelukkig maar. Al plaats ik wel vraagtekens bij beleidsmakers die erop blijven aandringen om de deuren van de concertzalen nog verder open te wrikken. Ik zal nooit een veto stellen tegen tieners op onze concerten, want ik wéét dat sommige van thuis uit voeling hebben met oude muziek. Maar de gemiddelde scholier zal niet kunnen genieten. Dit soort uitspraken neemt men mij weleens kwalijk, maar sorry, dat is de realiteit waar we met Huelgas elke dag voor staan.’

 

‘Mijn zangers moeten eerst en vooral blijven wie ze zijn.’

U hebt wel tegen meer heilige huisjes getrapt. Wat was uw controversieelste idee?

‘Misschien wel dat grote namen niet altijd grote muziek hebben geschreven. Ik zie het soms bij Mozart, soms bij Lassus: geniale toondichters, maar ook slimme entrepreneurs. Soms drijven hun werken op functie en ervaring, niet op curiositeit. Dat zul je bij zogenaamd “kleine” meesters nooit zien. Neem Pierre de Manchicourt, een van die nagenoeg vergeten Frans-Vlaamse polyfonisten. Die maakte het zich nooit makkelijk. Hij schreef polyfonie die altijd maar doorgaat, minutenlang, tegen de wind in! Als ik met zo’n verhaal kom, blijken mensen – ook collega’s – nog altijd te denken dat de muziekgeschiedenis darwinistisch is: wie overblijft, zal wel de sterkste zijn. Ik denk dan: neem eens een risico en onderschat het - publiek niet. Het weet best wel kwaliteit te herkennen.’

 

De sound van Huelgas Ensemble herken je uit de duizend.

‘Ik heb altijd pertinent willen vermijden dat Huelgas zou klinken als een 19de-eeuws koor. Daar was eenvormigheid het hoogste goed: allemaal de kop op de bühne leggen, zodat niemand boven het maaiveld uitsteekt! Maar de eigenheid van stemmen uitwissen is allesbehalve historisch. Mijn zangers moeten eerst en vooral blijven wie ze zijn, getrouw aan hoe ze denken en klinken. Zolang we over esthetiek, intonatie en ritmiek dezelfde ideeën hebben, kunnen we samen muziek maken zonder onszelf te verliezen in het collectief. Daarom hebben we tien jaar geleden het concertkostuum afgeschaft: we dragen kleren die ons laten zien zoals we zijn. We hebben concerten geweigerd omdat men erop stond dat we in pitteleer kwamen.’

Ook typisch Huelgas: de toonsverhogingen of- verlagingen die je niet in de partituur vindt, maar als uitvoerder intuïtief toevoegt, en die zo wellustig wringen. Kun je dat historisch correct doen? Of gaat u vooral voor effect?

‘Mensen denken dat ik veel toevoeg aan de muziek, maar dat is niet zo. Ik ben net heel consequent in het volgen van technische en esthetische basisprincipes.’

 

‘Ik zal nooit een veto stellen tegen tieners op onze concerten, want ik wéét dat sommige van thuis uit voeling hebben met oude muziek. Maar de gemiddelde scholier zal niet kunnen genieten’

 

Hoe dicht bent u in die vijftig jaar bij authenticiteit gekomen?

‘Dat woord is zo beladen geworden dat ik zou moeten afleren het te gebruiken! Kijk, wie in strikte zin “authentiek” wil doen, is met spoken en sprookjes bezig. Je kúnt niet authentiek zijn in de oude muziek. Alles is anders dan in de wereld van Ockeghem en Josquin: de klankbeleving, de stilte-ervaring, de snelheid en traagheid der dingen. We beseffen heel goed dat we als muziekarcheologen geen Indiana Jones zijn die aan het eind met de Heilige Graal thuiskomt.’

 

In een halve eeuw oogstte Huelgas een pak prijzen. Mooie gestes of gedoe om niets?

‘Die prijzen spelen een heel belangrijke rol. We zijn zo’n kleine niche. De vinger waarmee we in de pap van de muziekindustrie brokkelen, is maar een kootje lang. Als pers en overheden er dus voor kiezen om een ensemble als Huelgas te bekronen, is dat een stimulans. Prijzen zijn trouwens ook belangrijk om artistiek je ei te kunnen leggen: na twintig mislukkingen zal een platenfirma je met onzachte hand in een andere richting duwen. Wij hebben dankzij die awards altijd carte blanche gekregen.’

 

Wat maakt een muzikant tot Huelgas-materiaal?

‘Er zijn een paar zaken waarin ik geen compromissen sluit. Ten eerste een perfect gevoel voor timing. Op audities vraag ik kandidaten altijd om na één minuut de vinger op te steken. Sommigen komen in de buurt, anderen zijn te laat of veel te vroeg. Die laatsten zijn de ergsten: aan haastige zangers kun je niet het gevoel voor rust meegeven waar polyfonie om vraagt. Ook belangrijk: een goed begrip van volume – in de renaissance was “zacht” de eerste stap naar stilte. Dat brengt me bij een derde must: stiltegevoel. Weet je wat het belangrijkste moment is voor mijn zangers? De 4 seconden voor een stuk begint. Ik hef mijn hand op en er ontstaat een vacuüm. Dat is de ideale startpositie om een werk zijn juiste geluidsdebiet te geven. En ten slotte moet een zanger kunnen intoneren, dat is de sluitsteen van onze kathedraal.’

 

‘Zangers naast elkaar plaatsen is compleet uit de tijd.’

Werkt u alleen met mensen met wie u het goed kunt vinden?

‘Het is zeker niet zo dat ik alleen vrienden naar het ensemble haal. Eigenlijk is het andersom: leden worden altijd vrienden – zij het niet tijdens, maar na de repetitie.’

 

 

 

De cirkel waarin jullie musiceren maakt die verbondenheid zichtbaar. Ook met die opstelling hebben jullie gepionierd.

‘Ik noem het een technisch noodzakelijke oplossing. Enerzijds laat zo’n kring met het publiek eromheen toe om de afstand tussen uitvoerder en toehoorder te verkleinen. Beeld je in dat mensen eeuwen gelelden zowat met de neus op de zaak naar polyfonie stond te luisteren. Vandaag beland je met een goedkoop ticket ergens achteraan in een massieve hal. Dan is het heel moeilijk om mee in de muziek te kruipen. Bovendien kunnen de muzikanten elkaar in deze opstelling veel beter horen. Zangers naast elkaar of, nog erger, in twee rijen plaatsen is nefast voor de communicatie en compleet uit de tijd.’

 

U had het net over die seconden voor de eerste noot. Dat is het moment waarop iedereen de sprong moet maken van intense voorbereiding naar spontaan musiceren. Hoe lastig is die spreidstand?

‘Ik zeg altijd: geïnformeerd zijn is geen doel op zich. God, dat zou saai zijn. Voor ons is de geschiedenis van een werk uitpluizen alsof je een deur op een kier zet. Degene die daar doorheen moet, is een mens van de 21ste eeuw. Als we dat negeren, zou ik evengoed met robots kunnen werken. Voor we het podium op gaan, herinner ik de muzikanten er weleens aan: het publiek heeft het volgende uur geen radio, geen televisie, geen Youtube. Het hoort alleen wat wij laten horen. En we hebben maar een paar seconden om hen mee te krijgen.’

 

Al die seconden tikten aan tot vijftig jaar. Doet dat u wat?

‘Het raakt me wel. Omdat dit zo’n ijkmoment is waarop men je wijst op waar je mee bezig was, waar je nu staat en waar je naartoe wilt. Op zaterdag feesten we, maar op zondag begint ons volgende hoofdstuk. Eentje waarvan de eerste alinea al geschreven is en onder gesloten enveloppe aan een kluis is toevertrouwd. Als ik er de stemvork bij neerleg, staat de opvolging klaar.’

****

De Tijd

16 oktober 2021 03:00

Rik Van Puymbroeck

 

Dirigent Paul Van Nevel: ‘The Beatles heb ik compleet gemist’

 

 

50 jaar geleden richtte Paul Van Nevel het Huelgas Ensemble op en dat wordt in Bozar gevierd met een concert. Van Nevel is nog altijd de drijvende kracht en na een halve eeuw is de ontroering om de schoonheid van de polyfonie niet weg. ‘Heel belangrijk is de stilte.’

420 dozen met, vooral oude, boeken verhuisde Paul Van Nevel toen hij in juli in dit appartement in Antwerpen kwam wonen en allemaal staan ze nog niet in de kasten. Als hij zijn eigen boek uit 2018, ‘Het landschap van de polyfonisten’, moet zoeken, duurt het even. Wel uitgepakt is een klavecimbel, oud topstuk centraal in de mooiste ruimte. Deze Latijnse woorden staan erop: 'Concordia res parvae crescunt. Discordia maximae dilabuntur.' Dat door eendracht kleine dingen groot worden en door tweedracht de grootste tenietgaan.

Het moet hier prachtig klinken, maar nu is er geen tijd. Nu vertelt Van Nevel over 50 jaar Huelgas Ensemble en op de drukproef van een nieuw boek daarover toont hij een foto van vier mensen uit 1971. De enige man moet hijzelf zijn, de drie vrouwen zijn Fiet Nafzger, Margriet Tindemans en Annette Habets. Ze spelen blokfluit tijdens een repetitie in het klooster van Colen in het Limburgse Kerniel. ‘Zo zijn we begonnen’, zegt Van Nevel, 75 nu. ‘We speelden blokfluit. Margriet en Annette zijn overleden, Fiet komt zaterdag naar Bozar.’

Een halve eeuw: où est passé le temps, vraagt een mens zich af. Hij is alvast geëvolueerd en in deze ruimte, met aan de ene muur een foto van Béla Bartók en aan de andere een van Paul Gauguin met blote benen aan een harmonium in de studio van kunstenaar Alfons Mucha, gaat Van Nevel nog dieper terug. Naar de tijd waarin hij zich aan het Schola Cantorum Basiliensis ging verdiepen in de oude muziek. 1969 was dat, hij toen 23, het waren de jaren van The Beatles. ‘Die heb ik compleet gemist’, glimlacht hij. ‘En hen niet alleen. Toen ik later in Hannover woonde, sprak iemand me over Bob Dylan aan.‘Wié?’, vroeg ik. Ik was met andere dingen bezig, maar vooral in Basel gingen mijn ogen open voor dat ongelooflijke repertoire van de oude muziek. Het muzikale geheugen van Europa zat daar, alleen zat het nog sluimerend in die bibliotheek. Ik zag de ontzaglijke kansen en de rijkdom en dat was de reden waarom ik het handschrift van de Codex Las Huelgas wilde zien.’

Die codex ligt in de Monasterio de Santa María la Real de Las Huelgas, een abdij in de buurt van Burgos. Wat is het? Het is wat Van Nevel een ‘retrospectief manuscript’ noemt: een verzameling van meer dan 300 muziekstukken, daterend uit de 13de eeuw, maar genoteerd aan het begin van de 14de eeuw. ‘Ik had een aanbevelingsbrief van het, toen nog Belgische, ministerie van cultuur om die codex in te kijken. Dat klooster is een slotklooster. Toen ik er aankwam, ging een gordijn open en van achter tralies vroeg een zuster wat ik wilde. Tot mijn grote verbazing stak ze vijf minuten later die codex door de tralies. 14 dagen lang kon ik het inkijken. Toen ik het teruggaf, vroeg diezelfde zuster maar één ding: of ik iets uit het manuscript kon zingen. (schatert) Ze had er nog nooit iets uit gehoord. Met bevende stem zong ik een gregoriaans stukje.’

Het bijzondere aan die codex is dat met veel versieringen en aanwijzingen neergeschreven staat hoe die oude muziek gespeeld en gezongen werd. ‘Het belang van een origineel werd me daar duidelijk. Als iemand een transcriptie maakt, ben je al aan het interpreteren. Al mag je zelf wel de tekstplaatsing kiezen.’

A cappella

De naam van zijn Huelgas Ensemble komt dus van daar en 50 jaar na die eerste repetitie met blokfluit is 75 procent van wat ze brengen a cappella. Slechts een kwart is nog instrumentaal. Dat was een belangrijk inzicht en, voor hem, een ommekeer. Van Nevel, thuis de jongste van zes kinderen, was met muziek grootgebracht. Zijn vader was violist en niet zomaar. ‘Hij was eerste violist in het orkest van General Motors. (grijnst) Echt, voor de Tweede Wereldoorlog had General Motors (de Amerikaanse autobouwer die in 1924 een fabriek begon in Antwerpen, red.) een eigen theater, een eigen fanfare en een eigen orkest. Daar was mijn vader fulltime in dienst. Pas na de oorlog schafte GM al die culturele activiteiten af, maar mijn vader stond op zijn strepen. Ze moesten hem maar een nieuwe post geven. Zo werd hij directeur van BP, zonder ooit een liter benzine te hebben gezien. En hij werd dat in Limburg, waar BP nog geen filiaal had. Hij moest dat uitbouwen.’

Daarom staat Hasselt achter Van Nevels naam als geboorteplaats, maar de benzine spoelde vaders liefde voor de muziek niet weg. Hij werd actief in het Hasselts Miniatuur Ensemble en het Hasselts Acapellakoor (‘hij was ook lid van bridgeclub PEUT-PEUT, dat stond voor ‘Put Everyone Under the Table’) en hij was gek van Wagner. ‘Alle ouvertures van Wagner bewerkte hij voor piano, sax, klarinet, cello en viool, de instrumenten die wij leerden spelen. Daar groeide ik op. Mijn broers en zussen vertelden me later dat ik, als het Hasselts Miniatuur Ensemble thuis repeteerde, in een hoekje ging luisteren en altijd moest wenen. Waarom weet ik niet. Maar het moet hetzelfde melancholische gevoel geweest zijn dat ik later in Lissabon voelde.’

Kan je met melancholie geboren worden? Het moet wel. Wellicht daarom viel hij, jong nog, voor die oude polyfonische muziek. En al eerder: ‘In het tweede middelbaar moest ik blijven zitten en mijn leraar, Willy Van Lishout, gaf me een tip: ‘Paul, je moet minder poëzie lezen.’ Dat deed ik van ’s morgens tot ’s avonds en het maakte me wereldvreemd. Ik was een nakomer thuis en daar heeft die melancholie volgens mij veel mee te maken. Op zondagnamiddag waren mijn broers en zussen op pad, ik bleef alleen bij mijn ouders. Mijn vader zette op de radio Opera en Belcanto (een legendarisch radioprogramma op zondag, red.) op en ik voelde me heel alleen. Dat heb ik trouwens nog. Zondagavond vind ik nog altijd lastig. Ik kan niet wachten tot het maandag is.’

Zittenblijven moest hij nooit meer, au contraire, het laatste jaar van de humaniora in Hasselt maakte hij niet af om vervroegd naar het Conservatorium van Maastricht te kunnen. De blokfluit was toen al in zijn leven en in alle vezels van zijn lichaam zat een diepe liefde voor muziek. Hij vertelt over Perotinus, een componist uit de 13de eeuw, de na 600 jaar gregoriaanse muziek voor het eerst een compositie voor vier stemmen bracht. ‘Dat moet een schok geweest zijn.’ Daar was hij graag bij geweest. Ernaar gevraagd wil hij aan leken ook de pracht van de polyfonie uitleggen. ‘In die muziek komen facetten boven die met diepgang te maken hebben. Een van de belangrijkste facetten is het begrip stilte. Het andere is tijd. Er zijn notaties uitgevonden om precies uit te drukken hoelang een noot moet duren. Die complexiteit laat het ontstaan van eenvoud toe. Een belangrijke muziekwetenschapper zei er ooit dit over: ‘De ongrijpbare schoonheid van het materiaal zit in het feit dat in vijf minuten verteld wordt waar Mahler een half uur voor nodig had.’

 De polyfonist, zegt hij, is een herhaler. Niet op een monotone manier, wel omdat er een spanning opgebouwd wordt. ‘Mijn grote droom is een concertavond te houden waarin we zes keer na elkaar hetzelfde stuk brengen. Helaas ziet geen enkele organisator dat zitten, maar het zou een enorme diepgang opleveren.’

Dat zal ook zaterdagavond in Bozar niet gebeuren. Samen met het Nederlands Kamerkoor, waar hij sinds 1985 ook mee werkt, en met Anima Aeterna van Jos Van Immerseel, zal het Huelgas Ensemble de feestavond verzorgen. Nu, hier op zijn tafel, ligt de partituur van een stuk waar de avond mee zal beginnen en eindigen: ‘Qui habitat a 24’ van componist Josquin des Prez. ‘Het zijn vier canons voor zes stemmen. Omdat we maar twaalf stemmen hebben bij Huelgas Ensemble voeren we dat samen met het Nederlands Kamerkoor uit. Het is een ongelooflijk stuk en ik ben benieuwd, want pas zaterdagmiddag om 13 uur repeteren we voor het eerst samen. Dat kan, zeker. Het moest ook wel zo. Corona was zeer moeilijk. Mijn bureau is maanden bezig om de Engelse zangers naar hier te krijgen. Een beetje een belachelijk politiek spel, vind ik. Waarom zou een Brit die twee keer gevaccineerd is hier nog in quarantaine moeten gaan? Uiteindelijk is het gelukt, maar het is vreselijk geweest. Al onze mensen zijn freelancers. Weet je dat een van die zangers in Londen ’s nachts kranten moest gaan verkopen om te overleven? Voor mij zijn door corona de culturele maskers van de politici gevallen. Volle voetbalstadions mochten deze zomer al, maar een concertzaal waarin niemand praat en iedereen een mondmasker draagt mocht niet? Dat zegt toch genoeg.’

 

AANDACHT!!! PINKSTERFESTIVAL 2021 uitgesteld naar 2022

Het Huelgas Ensemble in Talant (Bourgondië)
Artistieke leiding : Paul Van Nevel

Het valt ons moeilijk mee te delen, maar alle omstandigheden hebben ons verplicht om het Huelgas pinksterfestival 2021 van Talant uit te stellen tot het Pinsksterweekend van 2022.

Noteer dus alvast de nieuwe data van het Pinksterfestival 2022 : 
Vrijdag 3 juni - zaterdag 4 juni - zondag 5 juni 2022
Het zal een festival zonder weerga worden, met recent ontdekt repertoire en een aantal verrassingen, zoals het betaamt voor het Talantfestival!

 

Lees meer over het festival

Drie exploraties in onbekend gebied 
Leiding : Paul Van Nevel

Het Huelgas Ensemble organiseert drie weekends waarin telkens onbekend repertoire wordt ingestudeerd onder leiding van Paul Van Nevel. De doelgroep zijn professionele en semi-professionele zangeressen en zangers en dilettanten die enige ervaring hebben met het zingen van polyfonie en goed kunnen zicht lezen. Hoofddoel is de instudering van een meerstemmige polyfone compositie, een boeiende expeditie van voorheen onbekend terrein!

Exploratie I:
Mabrianus de Orto (Tournai ca.1460 - Nivelles 1529): Missa “La belle se sied”
Zaterdag 20 maart 2021
Zondag 21 maart 2021

Exploratie II:
Twee anonieme vijftiende eeuwse composities uit de belangrijkste bron van het koorrepertoire van de Vaticaanse Sint-Pieters basiliek, een monumentaal koorboek van meer dan 240 folio’s.
Zaterdag 27 maart 2021
Zondag 28 maart 2021

Exploratie III:
Een prachtig zesstemmig motet van Pierre de Manchicourt (Béthune ca.1510 - Madrid 1564): “Sustinuimus pacem” à 6
Zaterdag 17 april 2021
Zondag 18 april 2021

Lees meer

Nieuw boek van Paul Van Nevel:
Het landschap van de polyfonisten - De wereld van de Franco-Flamands (1400-1600)
Fotografie: Luk Van Eeckhout
 
Waarom kwamen de polyfonisten alle uit dezelfde streek van Zuidwest-België en Noord-Frankrijk en wat was de invloed daarvan op hun muziek?
Een zeer originele analyse van de leefwereld, het ‘culturele landschap’ van de 15de en de 16de-eeuwse muzikanten. Van Nevel werkte, samen met fotograaf Luk Van Eeckhout 20 jaar aan dit boek.  
Met CD en niet minder dan 168 prachtige foto’s

Download Brochure (PDF)